Ik dacht dat groeien betekende dat ik bepaalde kanten van mezelf achter moest laten. Blijkbaar moest ik alleen leren wie er aan het stuur zit.
De afgelopen jaren ben ik veel veranderd.
Ik ben bewuster geworden.
Rustiger.
Ik herken mijn patronen sneller.
Ik denk beter na over mijn keuzes.
Ik kan mezelf tegenwoordig zelfs midden in mijn eigen bullshit betrappen en denken:
Lindsey. Wat zijn we nou weer aan het doen?
En meestal luister ik nog ook.
Dat is vroeger weleens anders geweest.
Ik dacht lange tijd dat groeien betekende dat ik steeds verder weg moest komen van de vrouw die ik vroeger was.
Minder impulsief.
Minder extreem.
Minder chaos.
Meer rust.
Meer controle.
Meer verantwoordelijkheid.
En begrijp me niet verkeerd.
Er zijn versies van mij waar we absoluut geen reünie mee hoeven te organiseren.
Die mogen lekker blijven waar ze zijn.
Maar de laatste tijd merk ik iets.
Er komen ook stukken terug.
Mijn rebelse kant.
Mijn grote bek.
Mijn humor.
Dat pittige.
Dat ondeugende.
Dat stukje in mij dat niet overal eerst drie dagen over na hoeft te denken.
De Lindsey die hard lacht.
Die flirt.
Muziek veel te hard zet in de auto.
Die soms gewoon denkt:
Fuck it. We gaan.
En weet je wat het gekke is?
Ik merk dat ik haar gemist heb.
Niet de teringzooi die soms achter haar aankwam.
Haar.
Dat verschil had ik blijkbaar nog niet helemaal gemaakt.
Want vroeger zaten veel van die kanten van mij vast aan gedrag waar ik mezelf ook compleet in kon verliezen.
Vrijheid werd losgaan.
Spontaniteit werd impulsiviteit.
Schijt hebben aan wat anderen vonden werd soms ook gewoon schijt hebben aan mezelf.
Mijn vuur was echt.
Maar er zat niet altijd iemand achter het stuur.
Dus toen ik mijn leven begon te veranderen, ging ik automatisch de andere kant op.
Meer nadenken.
Meer begrenzen.
Meer controleren.
Meer verantwoordelijkheid nemen.
En dat had ik nodig.
Alleen heb ik van genezen blijkbaar af en toe ook een fucking persoonlijkheidsreconstructie gemaakt.
Alsof alles wat bij die oude Lindsey hoorde eruit moest.
Chaos? Weg.
Impulsiviteit? Weg.
Maar blijkbaar had ik voor het gemak ook humor, rebellie, spontaniteit en een beetje schijt hebben in dezelfde vuilniszak gepleurd.
Ja.
Dat was dus niet helemaal de bedoeling.
Want mijn rebelse kant was nooit het probleem.
Mijn humor was niet het probleem.
Mijn scherpte was niet het probleem.
Mijn vuur was niet het probleem.
Ik wist alleen nog niet hoe ik ermee om moest gaan zonder mezelf erin kwijt te raken.
En dat weet ik nu beter.
Ik hoef niet meer te kiezen tussen twee versies van mezelf.
De oude Lindsey die leefde alsof morgen een probleem voor morgen was.
Of de nieuwe Lindsey die overal bewust, verantwoord en met een fucking levensles doorheen moet wandelen.
Pleur op.
Ik wil allebei niet.
Ik wil de vrouw zijn die zichzelf kent en nog steeds kattenkwaad kan uithalen.
Die haar grenzen kent en nog steeds over grenzen durft te denken.
Die kan mediteren en een uur later met een grote bek ergens binnenkomt.
Die verantwoordelijkheid neemt, maar niet ineens doet alsof ze een keurige trut is geworden.
Die haar intuïtie serieus neemt en ook gewoon om haar eigen drama kan lachen.
Zelfbewustzijn hoeft je persoonlijkheid niet te vermoorden.
Misschien is dat wel iets wat ik verkeerd begreep aan groeien.
Ik dacht dat ik een betere versie van mezelf moest worden.
Maar “beter” betekende in mijn hoofd soms onbewust:
rustiger.
netter.
beheerster.
Minder van alles.
Terwijl ik helemaal niet minder hoef te worden.
Ik moet mezelf alleen beter kunnen dragen.
Dat is een compleet ander verhaal.
Want ik wil mijn vuur.
Ik wil mijn humor.
Ik wil die rebelse kuttrekjes waar sommige mensen waarschijnlijk gek van worden.
Ik wil spontaniteit.
Ik wil af en toe iets doen zonder dat toekomstige Lindsey daar rendement uit hoeft te halen.
Alleen wil ik mezelf niet meer achterlaten zodra de handrem eraf gaat.
Dat is het verschil.
De vrouw die ik vroeger was hoefde niet volledig te verdwijnen.
Sommige stukken van haar moesten volwassen worden.
Sommige stukken moesten genezen.
Sommige stukken moesten inderdaad gewoon oprotten.
Maar sommige stukken waren nooit kapot.
Die waren van mij.
En misschien komen die nu juist terug omdat ik eindelijk stevig genoeg sta om ze weer ruimte te geven.
Niet om terug te gaan.
Juist omdat ik niet meer terug hoef.
Ik ben bewuster geworden.
Ik ben gegroeid.
Ik ken mezelf beter dan ooit.
Maar braaf?
Nee joh. Dat zou pas zonde zijn.


